vrijdag 23 maart 2012

Newfoundland, what once was my biggest nightmare, is turned in to a sweet memory

Today's blog will be in English since, I am still finishing up my portfolio English, and I would like to devote todays blog to a journey I took awhile back. And here it is:


Seven years ago, I left the Netherlands on an exchange program to study in Canada. I ended up in a little town called King’s Point, with less than thousand citizens. Seven hundred and fifty to be exact. King’s Point is located on the northern shore of Newfoundland, somewhere in the middle of nowhere. Newfoundland is an island off the eastern shore of Canada.

The time difference with the Netherlands is only four and a half hours. So, if you are flying to Alberta or British Colombia (time difference of  8 and 9 hours), Newfoundland is the first part of Canada you will see. This means you are only half way through your journey, and have another four hours of staring, sleeping and being bored to go.   

When you type in King’s Point on Wikipedia, you will get about three lines on where it is located on the island, this will raise a lot of question marks for someone who will be spending twelve months in that desolated place. But hey, I survived! And as odd as it might sound, this year is the year that I went back. The goal of this journey, was to finally see the island and it’s beautiful places. When I was living there, my host family never took me anywhere. I was stuck in that town for a very long year. When I got back in the Netherlands, I did not ever want to go back to Newfoundland again. Now, thinking back, I wanted to see the things that I could not  back then to finish that chapter.

I booked a flight to St. John’s, which took me about half a day, because there do not exist direct flights from the Netherlands to Newfoundland, and I wanted to fly cheap. I ended up flying via Warsaw and Toronto, to finally land in St. John’s in the middle of the night. My best friend picked me up from the airport, where I would be staying for the first three days of my journey.

The next day I woke up “early” (still exhausted from travelling 24 hours) and went around the house in search of coffee. Of course I did not find any, they are Canadian, they do not have coffee at home, they go get it.    

The first days I spend in St. Johns, were great. St. Johns has a long history, which dates back to the first settlers, the Vikings. I spend a lot of time walking the streets of St. Johns, sightseeing. There are the brightly coloured house, the fishing huts, murals on the walls of the glorious fishing days, the souvenirs shops on Water street, and the endless view over the North Atlantic Ocean.

St. John’s is a beautiful city, the largest of the island. It has everything, an university, airport, shopping malls etc. It is no wonder that all the youth moves to St. John’s when they graduate high school, there is nothing in the towns they came from. It is the most “alive” place on the entire island.

From St. John’s, I continued my journey north, to King’s Point. Every minute I came closer to that place, my stomach knotted further.

Newfoundland, is not the size, we would have in mind for an island. It is three times the size of the Netherlands. And the drive from St. John’s to King’s Point is six hours. Six hours of rocks, trees, hills, valleys, bays, wobbly pavement and kilometres without civilization. As a Dutch person, living in a country a third of the size of this island with 34 times the amount of citizens, you cannot imagine this to still exist in the world.     

King’s Point never seems to change, still the same people but then seven years older minus most of the youth. Many of my old class mates moved a way, some to St. John’s, Cornerbrook or Grandfalls ( the only three cities on the island) the rest lives on the mainland.

From King’s Point I continued further north to Corner Brook and Gross Morne National Park. I did some of the trails at Gross Morne National Park, but most of them where covered in snow. I did also see some wild life, moose, seals and loads of squirrels. It is a beautiful park, and the people of Newfoundland are very kind, and always in for a good conversation.

After Gross Morne National Park I made my way back down to St. John’s again. I visited the Rooms a museum with all the historical facts about Newfoundland, it also facilitates the Provincial archives. Other historical sites I visited were Signal Hill and Cape Spear.
Signal Hill overlooks St. John’s, the entry to the harbour and the ocean. It was used as a lookout during times of war. The Cabot tower, was placed on the hill during the 17th century, you can go up in the tower and overlook all of St. John’s.

Cape Spear, was really fascinating, it is located just outsight St. John’s and it is the most eastern point of Canada. Cape Spear has the oldest working lighthouse of Canada. But the most fascinating thing where the barracks and underground passages under Cape Spear. They were build to defend the harbour of St. John’s in world war II. I went inside the barracks under Cape Spear, and could not imagine how does soldiers could sit there by minus 40 defending Newfoundland. That must have been horrible. Outside there was this very large gun about 3 metres long.

The experiences from seven years ago have vanished and have been replaced by the beautiful things I have seen and learned on this trip. It was worth it, and I would love to back some time in the summer, when the hiking trail are free of snow.

woensdag 21 maart 2012

Waarom buitenlanders gewoon stomweg buitenlands blijven praten en wij dit gewoon pikken!!

Ik heb al een tijdje niks meer geblogt, er is wat dat aan gaat ook weinig interessants gebeurt in de tussentijd. Ik ben weer terug bij het routine werk, van proberen mijn school af te krijgen en leraren stalken.... Met de gebruikelijke tegenslagen: leraren die niets nakijken, geen motivatie hebben om je werk af  te maken, onvoldoendes verdienen (terwijl je je kapot leert), maar al met al begint het er toch op de lijken dat ik ooit nog eens een keer dat diploma krijg. Ja de laatste 20 punten wegen het zwaarste zeggen ze dan, daar op het Windesheim. Hopelijk ben ik in Augustus klaar! En kan ik eindelijk wat nuttigs gaan doen met dat mooie papiertje.
Maar daar wilde ik het vandaag eigenlijk niet over hebben. Ik vind het altijd dodelijk irritant dat als je in de bus zit, en er komt een koppetje buitenlanders binnen, die dan voor- of achter je komen zitten, en dan vervolgens in hun eigen onverstaanbare gebrabbel over jou gaan zitten praten.
Ik heb een tijdje in een supermarkt gewerkt, ook daar heb ik mij wel eens geirriteerd aan het gedrag van buitenlanders. Ook in een klein dorpje krijg je wel eens buitenlanders aan de kassa, maar er is maar een beperkte groep die de moeite neemt om Nederlands te leren, of om hun vragen, dank-je-wels  en goedendags in het Engels of Duits te zeggen (wat voor sommige de enige vreemde taal is waarmee ze zich in Nederland nog een beetje verstaanbaar kunnen maken).
Maar er is ook een hele grote groep buitenlanders, die zelfs daarvoor niet eens de moeite neemt! Maar wel een Nederlandse uitkering krijgt. Dan denk ik bij mijzelf, waar zijn we helemaal mee bezig? Waarom blijven wij dit domweg pikken?
Ik vind dat iedereen die in Nederland woont, toch op zijn minst een paar woorden Nederlands moet kunnen spreken, zoals hallo en goede middag, tot ziens,  of waar vind ik de kaas? Daarbij vind ik dat als je in Nederland een baan hebt je op zijn minst Nederlands moet kunnen verstaan, zodat je werkgever jou taal niet hoeft te leren. Want zo ver zijn sommige bedrijven al.
Ik heb een aantal jaren gewerkt in de kassen bij Ens, de werkgevers, en het Nederlandse vaste personeel krijgen op deze bedrijven zelfs cursussen Pools zodat men ze aan het werk kan zetten. Het is toch belachelijk dat wij ons altijd maar aan moeten passen? Ze komen in ons land werken/wonen, dus waarom passen zij zich niet gewoon aan? Deze vraag zal denk ik altijd onbeantwoord blijven. Toch petje af voor de Nederlander, die altijd klaar staat voor nieuwe talen. Misschien krijgen we in de toekomst niet alleen les in Engels, Frans en Duits in het middelbare onderwijs, maar leren we ook Russisch en Chinees.  Wie weet?
Je zult nu misschien denken, wat is nu de aanleiding voor dit betoog over dat buitenlanders Nederlands moeten leren, en de belachelijkheid van ons aanpasgedrag.
Ik zat vanmiddag in de tuin met mijn studieboeken, aangezien het zo lekker warm was, en de buurvrouw stond, tevens in haar tuin, te bellen met God knows Who. Kijk, mijn buurvrouw is nou een voorbeeld van een buitenlander die gewoon domweg buitenlands blijft spreken en niet de moeite neemt om Nederlands te leren.
Mijn buurvrouw werkt en woont al meer dan tien jaar in Nederland en kan nog steeds geen woord Nederlands. Ze is een Amerikaanse en dat uit zich niet alleen in haar Engels maar ook in haar Amerikaanse houding. (Welke by the way, geen promotie is voor Amerika).
Ergens sta ik er van te kijken dat er nog nooit iemand tegen haar heeft gezegd: "Hallo, kun je niet ff een paar cursussen Nederlands nemen, want van dat Engels daar versta ik geen donder van." Of: " leer eerst maar eens Nederlands voordat je weer komt solliciteren".
Want eigenlijk is het best wel raar, want niet iedereen in Nederland spreekt en verstaat Engels, zoals mijn vriend. Ze komt soms naar buiten gerend als haar iets niet zint en begint dan tegen hem in het Engels te zeuren, mijn vriend op zijn beurt trekt zijn schouders op en zegt: Ik versta oe niet! En eigenlijk heeft ie gelijk, we hoeven ons toch niet altijd aan te passen aan de buitenlanders die hier wonen?
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...